Batterij
Para-Commando

De Batterij Para-Commando nam op 6 december 2002 de tradities van de Rijdende Artillerie over.

Organisatie
De Batterij Para-Commando maakte sinds 2 maart 2004 deel uit van 2A en bezat dezelfde structuur als een klassieke batterij veldartillerie :
  • een kleine staf
  • één vuurbatterij bestaande uit twee pelotons met elk zes howitsers 105mm of zes mortieren 120mm
Omdat de Batterij nu eenmaal in staat moet zijn om onafhankelijk te kunnen werken, bezat zij supplementaire middelen :
  • een detachement liaison en observatie
  • een commandopost voor het berekenen van de vuurelementen
  • een munitieploeg
  • een medische sectie
  • een sectie personeel
Als infanteriecompagnie bestond de Batterij uit een compagniestaf en twee infanteriepelotons met als belangrijkste wapens twee MILAN-posten, twee 60mm mortieren en twee .50 machinegeweren.
     
Opdrachten
De Batterij Para-Commando had vier hoofdtaken :
  • de nodige vuursteun leveren
  • op artilleriegebied raad geven aan de gesteunde eenheden
  • technische raad geven aan de pelotons mortieren van de bataljons Para-Commando
  • een volwaardige infanteriecompagnie leveren in steun van één van de infanteriebataljons tijdens humanitaire operaties of missies van de Verenigde Naties
Dit alles heeft natuurlijk voor gevolg dat het jaarprogramma van de Batterij Para-Commando rijkelijk gevuld was met zowel infanterie- als artillerie-oefeningen. Het nieuwe materieel en het professionalisme van de soldaten en het kader maakten het echter mogelijk dat deze beide opdrachten naar behoren en met trots vervuld konden worden.
2006 stond in het teken van de deelname aan de NRF7 (Nato Response Force). De Batterij Para-Commando leverde één volledig peloton fuseliers, één sectie mortieren 81mm, drie FAC/VW ploegen, één transport team en één liaison ploeg. Vanaf augustus 2006 tot januari 2007 stond NRF7 standby om overal ter wereld ingezet te worden in IEO of humanitaire operaties.

Historiek
Om de vuurkracht binnen de Allied Command Europe Mobile Force te vergroten, stelde kolonel stafbrevethouder Segers in 1972 voor een artillerie-eenheid op te richten binnen het Regiment Para-Commando. Op 14 mei 1973 werd de eenheid bij wijze van proef opgericht te Brasschaat onder bevel van commandant Henrot.
Het personeel werd geleverd door de ontbonden pelotons mortieren 4"2 van de bataljons, bijgestaan door enkele onderrichters van de Veldartillerieschool. Nadat zij haar sporen verdiende tijdens de eerste oefeningen, kreeg de eenheid officieel het statuut van onafhankelijk korps hiërarchisch verbonden aan het Regiment Para-Commando. De volgende belangrijke gebeurtenis was het aanvaarden van het peterschap over de Batterij door de gemeente Bornem op 4 september 1976.
Het speciaal voor de eenheid ontworpen mutskenteken verving op 11 mei 1983 het regimentskenteken. Op 1 januari 1994 nam de Batterij een organisatie aan bestaande uit twee pelotons met elk zes kanonnen. De organisatie was zo uitgebouwd dat de mogelijkheid bestond om de pelotons als onafhankelijke vuureenheid in te zetten. De Batterij bezat zelfs de technische mogelijkheden om andere artillerie-eenheden in versterking te krijgen. Op 1 januari 1995 werd de benaming van de eenheid veranderd in "Batterij Veldartillerie Para-Commando". Sinds 2 maart 2004 maakte ze deel uit van 2A. Op datum van 1 juli 2010 werd 2A (en haar Batterij Para-Commando) ontbonden.
Deze historische terugblik is weliswaar kort maar zou onvolledig zijn zonder de vermelding van de deelname van de Batterij Para-Commando aan de vele internationale oefeningen en humanitaire operaties over de hele wereld.